Choosing the right installation medium

From Gentoo Wiki
Jump to: navigation, search
This page is a translated version of the page Handbook:AMD64/Installation/Media and the translation is 100% complete.

Other languages:
Deutsch • ‎English • ‎Nederlands • ‎Türkçe • ‎español • ‎français • ‎italiano • ‎polski • ‎português do Brasil • ‎čeština • ‎русский • ‎українська • ‎中文(中国大陆)‎ • ‎日本語 • ‎한국어
AMD64 Handbook
Installation
About the installation
Choosing the media
Configuring the network
Preparing the disks
Installing stage3
Installing base system
Configuring the kernel
Configuring the system
Installing tools
Configuring the bootloader
Finalizing
Working with Gentoo
Portage introduction
USE flags
Portage features
Initscript system
Environment variables
Working with Portage
Files and directories
Variables
Mixing software branches
Additional tools
Custom package repository
Advanced features
Network configuration
Getting started
Advanced configuration
Modular networking
Wireless
Adding functionality
Dynamic management


Hardware vereisten

Vooraleer van start te gaan maken we een lijst op van de hardware vereisten om Gentoo succesvol te installeren op een Handbook:Variable systeem.


AMD64 livedisk hardware requirements
Minimal CD LiveDVD
CPU Any AMD64 CPU or EM64T CPU (Core i3, i5, and i7 are EM64T)
Memory 256 MB 512 MB
Disk space 2.5 GB (excluding swap space)
Swap space At least 256 MB

The AMD64 project is a good place to be for more information about Gentoo's amd64 support.


Gentoo Linux installatie media

Minimale installatie CD

Nota
Sinds 23 augustus 2018 kunnen de officiële Minimal CDs worden gestart in UEFI modus, eerdere versies kunnen enkel worden gestart in BIOS (MBR) modus. Lezer die hun systeem willen opstarten in UEFI modus zullen een ISO moeten downloaden van 23 augustus 2018 of later.

De Gentoo minimale installatie CD is een opstartbare image met een volledig bruikbare Gentoo omgeving. Het laat de gebruiker toe linux vanop een CD of ander installatiemeduim op te starten. Tijdens het opstart proces wordt de hardware gedetecteerd en de nodige drivers geïnstalleerd. De image wordt onderhouden door Gentoo developers en laat iedereen toe om Gentoo te installeren indien er een actieve internetverbinding ter beschikking is.

De minimale installatie CD heet install-Handbook:Variable-minimal-<release>.iso.

De occasionele Gentoo LiveDVD

Soms wordt er door het Gentoo Ten project een speciale DVD samengesteld die gebruikt kan worden bij de installatie. De verdere instructies focussen zich op de minimale installatie CD en kunnen dus wat afwijken, hoewel de liveDVD (net als elke andere opstartbare Linux omgeving) ondersteuning biedt om root privileges te krijgen met het commando sudo su - of sudo -i in een terminal.

Wat betekenen stages?

Een stage3 tarball is een archief met een minimale Gentoo omgeving, waarmee de in deze handleiding beschreven installatie kan worden voltooid. In eerdere versies van het Gentoo Handboek werd de installatie beschreven waarbij gebruik kon worden gemaakt van een van drie stage tarballs en hoewel de officiële installatie methode gebruik maakt van de stage3 tarball, zijn stage1 en stage2 tarballs nog steeds beschikbaar, zie hiervoor de Gentoo FAQ (en).

Stage3 tarballs kunnen gedownloaded worden van releases/Template:Handbook/Variable/autobuilds/ op een van de officiële Gentoo mirrors. Stage3 bestanden worden regelmatig geupdated en worden niet met de installatie images meegeleverd.

Downloaden en installeren van het installatiemedium

De media verkrijgen

De gewoonlijk door Gentoo linux gebruikte installatiemedia zijn de zogenoemde "minimale installatie cd's" die een opstarbare, zeer kleine Gentoo linux omgeving herbergen. Hoewel klein bevat het alle benodigde gereedschappen om Gentoo te installeren. De cd-images zijn beschikbaar vanaf de downloadpagina (aanbevolen) of door handmatig naar de lokatie van de iso te gaan op een van de vele beschikbare mirrors.

Als van een mirror wordt gedownloaded kunnen de installatie-cd's als volgt gevonden worden.

  1. Ga naar de map release/.
  2. Selecteer de map voor de relevante architectuur (bijvoorbeeld amd64/).
  3. Selecteer de map autobuilds/.
  4. Selecteer voor de amd64 en x86 architecturen respectievelijk de current-install-amd64-minimal/ of de current-install-x86-minimal/ map, alle andere architecturen staan in de current-iso/ map.
Note
Sommige architecturen hebben geen minimale installatie-cd's, voorbeelden zijn: arm, mips en s390. Op het moment wordt het bouwen van .iso-bestanden voor deze architecturen niet ondersteunt door het Gentoo Release Engineering project.

Eenmaal hier aangekomen is het bestand met het installatiemedium te herkennen aan de .iso-extentie, bijvoorbeeld:

CODE Een voorbeel van de lijst van bestanden op releases/amd64/autobuilds/current-iso/
[DIR] hardened/                                          05-Dec-2014 01:42    -   
[   ] install-amd64-minimal-20141204.iso                 04-Dec-2014 21:04  208M  
[   ] install-amd64-minimal-20141204.iso.CONTENTS        04-Dec-2014 21:04  3.0K  
[   ] install-amd64-minimal-20141204.iso.DIGESTS         04-Dec-2014 21:04  740   
[TXT] install-amd64-minimal-20141204.iso.DIGESTS.asc     05-Dec-2014 01:42  1.6K  
[   ] stage3-amd64-20141204.tar.bz2                      04-Dec-2014 21:04  198M  
[   ] stage3-amd64-20141204.tar.bz2.CONTENTS             04-Dec-2014 21:04  4.6M  
[   ] stage3-amd64-20141204.tar.bz2.DIGESTS              04-Dec-2014 21:04  720   
[TXT] stage3-amd64-20141204.tar.bz2.DIGESTS.asc          05-Dec-2014 01:42  1.5K

In bovenstaand voorbeeld is het bestand: install-amd64-minimal-20141204.iso de minimale installatie-cd. Maar er zijn ook andere, gerelateerde, bestanden aanwezig.

  • Een .CONTENTS-bestand is een tekst-bestand met een lijst van alle bestanden op de installatie-cd. Dit kan worden gebruikt om te controleren of bepaalde firmware of drivers aanwezig zijn op de cd voordat u deze downloaded.
  • Een .DIGESTS-bestand bevat de hash van het iso-bestand voor diverse formaten/algoritmen. Dit bestand kan worden gebruikt om the controleren of het gedownloade iso-bestand goed is binnengekomen.
  • Een .DIGESTS.asc-bestand bevat de hash (zoals het .DIGESTS-bestand) en een cryptografische handtekening van het iso-bestand. Hiermee kan worden gecontroleerd of het iso-bestand goed is binnengekomen en of het bestand inderdaad afkomstig is van het Gentoo Release Engineering-team en er niet mee is gerommeld.

U kunt de andere bestanden die hier staan negeren voor nu, ze komen later in de installatie weer terug. Download het .iso-bestand en, wanneer verificatie van de download gewenst is, ook het .DIGESTS.asc-bestand voor het .iso-bestand. Het .CONTENTS-bestand hoeft niet gedownloaded te worden omdat het verder niet nodig is. Het .DIGESTS-bestand zou dezelfde informatie moeten bevatten als het .DIGESTS.asc-bestand, uitgezonderd de handtekening die enkel in het .DIGESTS.asc-bestand aanwezig is.

De gedownloade bestanden controleren

Note
Deze stap is optioneel, want niet noodzakelijk om Gentoo-linux te installeren, het is echter ten zeerste aanbevolen om te verzekeren dat het gedownloade bestand juist is binnen gekomen en afkomstig is van het Gentoo Infrastructure-team.

Met behulp van de .DIGESTS- en .DIGESTS.asc-bestanden en de juiste gereedschappen kan de correctheid van het ISO-bestand worden gecontroleerd. Deze controle wordt gewoonlijk uitgevoerd met de volgende twee stappen:

  1. De cryptografische handtekening wordt gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het installatiebestand afkomstig is van het Gentoo Release Engineering-team.
  2. Wanneer de handtekening juist is wordt de checksum gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het gedownloade bestand goed is binnengekomen.

Microsoft Windows gebaseerde controle

Op een Microsoft Windows systeem is er een weinig kans dat de gereedschappen om checksums en cryptografische handtekeningen te controleren reeds aanwezig zijn.

Om de cryptografische handtekening te controleren kunt u bijvoorbeeld [1] gebruiken. Na installatie moeten de publieke sleutels van het Gentoo Release Engineering-team worden geimporteerd, de lijst met sleutels is beschikbaar op de pagina met handtekeningen. Na het importeren kan de handtekening in het .DIGESTS.asc-bestand worden gecontroleerd.

Important
Hiermee wordt niet bevestigd dat het .DIGESTS-bestand correct is, enkel of het .DIGESTS.asc-bestand correct is. Dit betekend bovendien dat de checksum gecontroleerd moet worden tegenover het .DIGESTS.asc-bestand, vandaar dat hier boven enkel het .DIGESTS.asc-bestand wordt genoemd.

De checksum kan bijvoorbeeld worden gecontroleerd met Hashcalc. Gewoonlijk wordt de berekende checksum getoond, waarna u deze dient te controleren aan de hand van de checksum in het .DIGESTS.asc-bestand.

Linux gebaseerde controle

Op een Linux-systeem is de meest gebruikelijke methode om de cruytografische handtekening te controleren met de app-crypt/gnupg software. Wanneer dit pakket is geinstalleerd kunnen de volgende opdrachten worden gebruikt om de digitale handtekening in het .DIGESTS.asc-bestand te controleren.

Download eerst de juiste sleutels van de pagina met handtekeningen.

user $gpg --keyserver hkps://hkps.pool.sks-keyservers.net --recv-keys 0xBB572E0E2D182910
gpg: requesting key 0xBB572E0E2D182910 from hkp server pool.sks-keyservers.net
gpg: key 0xBB572E0E2D182910: "Gentoo Linux Release Engineering (Automated Weekly Release Key) <releng@gentoo.org>" 1 new signature
gpg: 3 marginal(s) needed, 1 complete(s) needed, classic trust model
gpg: depth: 0  valid:   3  signed:  20  trust: 0-, 0q, 0n, 0m, 0f, 3u
gpg: depth: 1  valid:  20  signed:  12  trust: 9-, 0q, 0n, 9m, 2f, 0u
gpg: next trustdb check due at 2018-09-15
gpg: Total number processed: 1
gpg:         new signatures: 1

Controleer vervolgens de digitale handtekening in het .DIGESTS.asc-bestand:

user $gpg --verify install-amd64-minimal-20141204.iso.DIGESTS.asc
gpg: Signature made Fri 05 Dec 2014 02:42:44 AM CET
gpg:                using RSA key 0xBB572E0E2D182910
gpg: Good signature from "Gentoo Linux Release Engineering (Automated Weekly Release Key) <releng@gentoo.org>" [unknown]
gpg: WARNING: This key is not certified with a trusted signature!
gpg:          There is no indication that the signature belongs to the owner.
Primary key fingerprint: 13EB BDBE DE7A 1277 5DFD  B1BA BB57 2E0E 2D18 2910

Om volledig zekere te zijn dat alles juist is, dient de getoonde fingerprint overeen te komen met die op de pagina met handtekeningen.

Nadat de digitale handtekening is gecontroleerd dient de checksum te worden gecontroleerd om er zeker van te kunnen zijn dat er niet iets mis ging tijdens het downloaden van het .iso-bestand. Het .DIGESTS.asc-bestand bevat checksums van verschillende algoritmen. Een voorbeeld om de SHA512 checksum te controleren:

user $grep -A 1 -i sha512 install-amd64-minimal-20141204.iso.DIGESTS.asc
# SHA512 HASH
364d32c4f8420605f8a9fa3a0fc55864d5b0d1af11aa62b7a4d4699a427e5144b2d918225dfb7c5dec8d3f0fe2cddb7cc306da6f0cef4f01abec33eec74f3024  install-amd64-minimal-20141204.iso
--
# SHA512 HASH
0719a8954dc7432750de2e3076c8b843a2c79f5e60defe43fcca8c32ab26681dfb9898b102e211174a895ff4c8c41ddd9e9a00ad6434d36c68d74bd02f19b57f  install-amd64-minimal-20141204.iso.CONTENTS

In bovenstaande uitvoer worden twee SHA512 checksums getoond, een voor het bestand install-amd64-minimal-20141204.iso en een voor het bijbehorende Template:Path.CONTENTS-bestand. Enkel de eerste checksum is belangrijk, omdat deze vergeleken dient te worden met de berekende SHA512-checksum, die op de volgende manier verkregen kan worden:

user $sha512sum install-amd64-minimal-20141204.iso
364d32c4f8420605f8a9fa3a0fc55864d5b0d1af11aa62b7a4d4699a427e5144b2d918225dfb7c5dec8d3f0fe2cddb7cc306da6f0cef4f01abec33eec74f3024  install-amd64-minimal-20141204.iso

Wanneer de checksums overeenkomen is het bestand juist en kunt u verdergaan met de installatie.

Branden van de CD

Of course, with just an ISO file downloaded, the Gentoo Linux installation cannot be started. The ISO file needs to be burned on a CD to boot from, and in such a way that its content is burned on the CD, not just the file itself. Below a few common methods are described - a more elaborate set of instructions can be found in Our FAQ on burning an ISO file.

Burning with Microsoft Windows

On Microsoft Windows, a number of tools exist that support burning ISOs on CDs.

  • With EasyCD Creator, select File, Record CD from CD image. Then change the Files of type to ISO image file. Then locate the ISO file and click Open. After clicking on Start recording the ISO image will be burned correctly onto the CD-R.
  • With Nero Burning ROM, cancel the wizard which automatically pops up and select Burn Image from the File menu. Select the image to burn and click Open. Now hit the Burn button and watch the brand new CD being burnt.

Branden met Linux

On Linux, the ISO file can be burned on a CD using the cdrecord command, part of the app-cdr/cdrtools package.

For instance, to burn the ISO file on the CD in the /dev/sr0 device (this is the first CD device on the system - substitute with the right device file if necessary):

user $cdrecord dev=/dev/sr0 install-amd64-minimal-20141204.iso

Users that prefer a graphical user interface can use K3B, part of the kde-apps/k3b package. In K3B, go to Tools and use Burn CD Image. Then follow the instructions provided by K3B.

Opstarten

Booting the installation media

Once the installation media is ready, it is time to boot it. Insert the media in the system, reboot, and enter the motherboard's firmware user interface. This is usually performed by pressing a keyboard key such as DEL, F1, F10, or ESC during the Power-On Self-test (POST) process. The 'trigger' key varies depending on the system and motherboard. If it is not obvious use an internet search engine and do some research using the motherboard's model name as the search keyword. Results should be easy to determine. Once inside the motherboard's firmware menu, change the boot order so that the external bootable media (CD/DVD disks or USB drives) are tried before the internal disk devices. Without this change, the system will most likely reboot to the internal disk device, ignoring the external boot media.

Important
When installing Gentoo with the purpose of using the UEFI interface instead of BIOS, it is recommended to boot with UEFI immediately. If not, then it might be necessary to create a bootable UEFI USB stick (or other medium) once before finalizing the Gentoo Linux installation.

If not yet done, ensure that the installation media is inserted or plugged into the system, and reboot. A boot prompt should be shown. At this screen, Enter will begin the boot process with the default boot options. To boot the installation media with custom boot options, specify a kernel followed by boot options and then hit Enter.

At the boot prompt, users get the option of displaying the available kernels (F1) and boot options (F2). If no choice is made within 15 seconds (either displaying information or using a kernel) then the installation media will fall back to booting from disk. This allows installations to reboot and try out their installed environment without the need to remove the CD from the tray (something well appreciated for remote installations).

Specifying a kernel was mentioned. On the Minimal installation media, only two predefined kernel boot options are provided. The default option is called gentoo. The other being the -nofb variant; this disables kernel framebuffer support.

The next section displays a short overview of the available kernels and their descriptions:

Kernel choices

gentoo
Default kernel with support for K8 CPUs (including NUMA support) and EM64T CPUs.
gentoo-nofb
Same as gentoo but without framebuffer support.
memtest86
Test the local RAM for errors.

Alongside the kernel, boot options help in tuning the boot process further.

Hardware options

acpi=on
This loads support for ACPI and also causes the acpid daemon to be started by the CD on boot. This is only needed if the system requires ACPI to function properly. This is not required for Hyperthreading support.
acpi=off
Completely disables ACPI. This is useful on some older systems and is also a requirement for using APM. This will disable any Hyperthreading support of your processor.
console=X
This sets up serial console access for the CD. The first option is the device, usually ttyS0 on x86, followed by any connection options, which are comma separated. The default options are 9600,8,n,1.
dmraid=X
This allows for passing options to the device-mapper RAID subsystem. Options should be encapsulated in quotes.
doapm
This loads APM driver support. This also requires that acpi=off.
dopcmcia
This loads support for PCMCIA and Cardbus hardware and also causes the pcmcia cardmgr to be started by the CD on boot. This is only required when booting from PCMCIA/Cardbus devices.
doscsi
This loads support for most SCSI controllers. This is also a requirement for booting most USB devices, as they use the SCSI subsystem of the kernel.
sda=stroke
This allows the user to partition the whole hard disk even when the BIOS is unable to handle large disks. This option is only used on machines with an older BIOS. Replace sda with the device that requires this option.
ide=nodma
This forces the disabling of DMA in the kernel and is required by some IDE chipsets and also by some CDROM drives. If the system is having trouble reading from the IDE CDROM, try this option. This also disables the default hdparm settings from being executed.
noapic
This disables the Advanced Programmable Interrupt Controller that is present on newer motherboards. It has been known to cause some problems on older hardware.
nodetect
This disables all of the autodetection done by the CD, including device autodetection and DHCP probing. This is useful for doing debugging of a failing CD or driver.
nodhcp
This disables DHCP probing on detected network cards. This is useful on networks with only static addresses.
nodmraid
Disables support for device-mapper RAID, such as that used for on-board IDE/SATA RAID controllers.
nofirewire
This disables the loading of Firewire modules. This should only be necessary if your Firewire hardware is causing a problem with booting the CD.
nogpm
This disables gpm console mouse support.
nohotplug
This disables the loading of the hotplug and coldplug init scripts at boot. This is useful for doing debugging of a failing CD or driver.
nokeymap
This disables the keymap selection used to select non-US keyboard layouts.
nolapic
This disables the local APIC on Uniprocessor kernels.
nosata
This disables the loading of Serial ATA modules. This is used if the system is having problems with the SATA subsystem.
nosmp
This disables SMP, or Symmetric Multiprocessing, on SMP-enabled kernels. This is useful for debugging SMP-related issues with certain drivers and motherboards.
nosound
This disables sound support and volume setting. This is useful for systems where sound support causes problems.
nousb
This disables the autoloading of USB modules. This is useful for debugging USB issues.
slowusb
This adds some extra pauses into the boot process for slow USB CDROMs, like in the IBM BladeCenter.

Logical volume/device management

dolvm
This enables support for Linux's Logical Volume Management.

Other options

debug
Enables debugging code. This might get messy, as it displays a lot of data to the screen.
docache
This caches the entire runtime portion of the CD into RAM, which allows the user to umount /mnt/cdrom and mount another CDROM. This option requires that there is at least twice as much available RAM as the size of the CD.
doload=X
This causes the initial ramdisk to load any module listed, as well as dependencies. Replace X with the module name. Multiple modules can be specified by a comma-separated list.
dosshd
Starts sshd on boot, which is useful for unattended installs.
passwd=foo
Sets whatever follows the equals as the root password, which is required for dosshd since the root password is by default scrambled.
noload=X
This causes the initial ramdisk to skip the loading of a specific module that may be causing a problem. Syntax matches that of doload.
nonfs
Disables the starting of portmap/nfsmount on boot.
nox
This causes an X-enabled LiveCD to not automatically start X, but rather, to drop to the command line instead.
scandelay
This causes the CD to pause for 10 seconds during certain portions the boot process to allow for devices that are slow to initialize to be ready for use.
scandelay=X
This allows the user to specify a given delay, in seconds, to be added to certain portions of the boot process to allow for devices that are slow to initialize to be ready for use. Replace X with the number of seconds to pause.
Note
The bootable media will check for no* options before do* options, so that options can be overridden in the exact order specified.

Now boot the media, select a kernel (if the default gentoo kernel does not suffice) and boot options. As an example, we boot the gentoo kernel, with dopcmcia as a kernel parameter:

boot:gentoo dopcmcia

Next the user will be greeted with a boot screen and progress bar. If the installation is done on a system with a non-US keyboard, make sure to immediately press Alt+F1 to switch to verbose mode and follow the prompt. If no selection is made in 10 seconds the default (US keyboard) will be accepted and the boot process will continue. Once the boot process completes, the user is automatically logged in to the "Live" Gentoo Linux environment as the root user, the super user. A root prompt is displayed on the current console, and one can switch to other consoles by pressing Alt+F2, Alt+F3 and Alt+F4. Get back to the one started on by pressing Alt+F1.


Extra hardware configureren

When the Installation medium boots, it tries to detect all the hardware devices and loads the appropriate kernel modules to support the hardware. In the vast majority of cases, it does a very good job. However, in some cases it may not auto-load the kernel modules needed by the system. If the PCI auto-detection missed some of the system's hardware, the appropriate kernel modules have to be loaded manually.

In the next example the 8139too module (which supports certain kinds of network interfaces) is loaded:

root #modprobe 8139too

Optioneel: Gebruikers accounts

If other people need access to the installation environment, or there is need to run commands as a non-root user on the installation medium (such as to chat using irssi without root privileges for security reasons), then an additional user account needs to be created and the root password set to a strong password.

To change the root password, use the passwd utility:

root #passwd
New password: (Enter the new password)
Re-enter password: (Re-enter the password)

To create a user account, first enter their credentials, followed by the account's password. The useradd and passwd commands are used for these tasks.

In the next example, a user called john is created:

root #useradd -m -G users john
root #passwd john
New password: (Enter john's password)
Re-enter password: (Re-enter john's password)

To switch from the (current) root user to the newly created user account, use the su command:

root #su - john

Optioneel: documentatie opvragen tijdens de installatie

TTYs

To view the Gentoo handbook during the installation, first create a user account as described above. Then press Alt+F2 to go to a new terminal.

During the installation, the links command can be used to browse the Gentoo handbook - of course only from the moment that the Internet connection is working.

user $links https://wiki.gentoo.org/wiki/Handbook:AMD64

To go back to the original terminal, press Alt+F1.

GNU Screen

The GNU Screen utility is installed by default on official Gentoo installation media. It may be more efficient for the seasoned Linux enthusiast to use screen to view installation instructions via split panes rather than the multiple TTY method mentioned above.

Optioneel: de SSH daemon starten

To allow other users to access the system during the installation (perhaps to support during an installation, or even do it remotely), a user account needs to be created (as was documented earlier on) and the SSH daemon needs to be started.

To fire up the SSH daemon on an OpenRC init, execute the following command:

root #rc-service sshd start
Note
If users log on to the system, they will see a message that the host key for this system needs to be confirmed (through what is called a fingerprint). This behavior is typical and can be expected for initial connections to an SSH server. However, later when the system is set up and someone logs on to the newly created system, the SSH client will warn that the host key has been changed. This is because the user now logs on to - for SSH - a different server (namely the freshly installed Gentoo system rather than the live environment that the installation is currently using). Follow the instructions given on the screen then to replace the host key on the client system.

To be able to use sshd, the network needs to function properly. Continue with the chapter on Configuring the network.